|
•
|
|
Ga uitgerust op weg; bij vermoeidheid wordt het zicht slechter en in het donker wordt dat nog eens versterkt
|
|
|
•
|
|
Rij rustig: bij hoge snelheden worden niet alle relevante zaken meer waargenomen. Ook dit wordt in het donker versterkt
|
|
|
•
|
|
Houd voldoende afstand tot voorligger (2 seconden-regel). Daardoor houd u voldoende zicht op de verkeerssituatie rondom u |
|
|
•
|
|
Houd voorruit en lampen van de auto schoon |
|
|
•
|
|
Zorg voor voldoende ruitensproeiervloeistof, zodat ook tijdens het rijden de voorruit schoongemaakt kan worden |
|
|
•
|
|
Kijk in het donker niet in de koplampen van tegenliggers. Dat verblindt. Kijk er langs en houd de blik op wegmarkering en achterlichten van voorliggers |
|
|
•
|
|
Zorg altijd voor een goede zonnebril (op sterkte) in de auto; ook in het voorjaar, najaar en winter kan de zon erg hinderlijk zijn |
|
|
•
|
|
Een reservebril in de auto is verstandig en in sommige Europese landen, zoals Zwitserland en Spanje, zelfs verplicht |
|
|
•
|
|
Ga uitgerust op weg; bij vermoeidheid wordt het zicht slechter en in het donker wordt dat nog eens versterkt |