Gezond oog: oogbol, traanvocht en bloedvaatjes

Je oog is een bol die stevig in je oogkas ligt. Kleine spiertjes houden hem op zijn plaats en zorgen ervoor dat je je ogen kunt bewegen. De oogbol is gevuld met doorzichtig glasvocht, zo blijft hij mooi rond en je kunt er goed doorheen kijken. Traanvocht houdt de buitenkant van je ogen schoon en vochtig. Een traanbuisje aan de binnenkant van je oog voert overtollig traanvocht weer af, naar je neusholte. Twee bloedvaten zorgen voor de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen en twee andere voor de afvoer van afvalstoffen. Een heleboel kleine bloedvaatjes voeden je ogen tot in de kleine uithoekjes. Het oogwit geeft je oogbol rondom stevigheid. Een andere naam voor oogwit is ‘harde oogrok’; dat geeft een beter idee van de stugheid. Aan de voorkant gaat het oogwit over in je hoornvlies: de plek waar het licht naar binnen valt. Omdat je hoornvlies geen bloedvaatjes heeft (dat zou niet handig zijn, want daar kun je niet doorheen kijken), haalt het zuurstof en voedingsstoffen grotendeels uit de buitenlucht. Weet je meteen waarom het zo belangrijk is dat je contactlenzen zuurstofdoorlatend zijn.

Je iris en pupil

Achter je hoornvlies ligt je iris; dit is het gekleurde gedeelte van je oog . In het midden zit de pupil; dat zwarte rondje. Het is een opening die meer of juist minder licht naar binnen laat, net wat je oog nodig heeft om goed te kunnen zien. Als er heel helder licht is, vernauwt je pupil zich en wordt kleiner. En als het donker is vergroot de pupil zich juist, zodat er meer licht in je oog kan vallen. Je pupil werkt dus eigenlijk net als het diafragma van een camera. 

Staafjes en kegeltjes: licht & donker, kleur & details

Het netvlies ligt achter in je oog. Het licht dat binnenkomt, valt op de lichtgevoelige cellen van je netvlies. Daarvan heb je twee soorten: staafjes en kegeltjes. De staafjes zorgen ervoor dat je licht en donker ziet. Met de kegeltjes kun je kleuren zien en ook de details van dingen die recht voor je zijn. Je gebruikt ze bijvoorbeeld om te lezen of naar je beeldscherm te kijken. In het midden van het netvlies ligt een gebied met heel veel kegeltjes: de ‘gele vlek’. Daarmee zie je het scherpst. De rest van de kegeltjes en staafjes liggen verspreid over je netvlies. Samen regelen ze dat je de ruimte waarin je bent kunt overzien, helemaal tot vanuit je ooghoeken.